Charles den Tex

"Man is not the creature of circumstances. Circumstances are the creatures of men."
Benjamin Disreali


Charles den Tex. Geboren in 1952, in Australië, waar ik nauwelijks meer iets van weet. Ik was vijf jaar toen mijn ouders terugkeerden naar Nederland en die eerste vijf jaar is gereduceerd tot misschien tien herinneringen. Zoals de kleur van mijn vader's auto daar. Groen, zeg ik. De rest van de familie zegt: Grijs. Dus of ik ben kleurenblind, maar heb een uitstekend geheugen, of die eerste tien herinneringen zijn al niet meer dan drijfzand.
Middelbare school in Leiden. Foto- en filmacademie in Londen. Leraar Engels in Parijs. Eind 1978 terug naar Leiden waar ik na een maand of vijf in de bijstand de mogelijkheid kreeg om als reclametekstschrijver te beginnen.
Een van mijn allereerste opdrachten was het schrijven van vier brochures voor een groot chemieconcern. Ploeterend produceerde ik vier teksten. Eindeloos duurde het. Veel meer uren dan ik er ooit voor zou kunnen berekenen. Eindelijk kon ik de trotse velletjes in een envelop stoppen en naar het bureau sturen dat mij had ingeschakeld (e-mail bestond nog niet). Vier dagen later ontving ik mijn teksten retour. Eén chaos van correcties. Eén ding was onmiddellijk duidelijk: als ik hiervan mijn vak wilde maken, dan moest ik het ambacht respecteren. Spelfouten, vervoegingsfouten, d-t-fouten (die maakte ik nog het meest), ik moest het allemaal afleren. Met slordigheid zou ik geen stuiver verdienen.

Dertien jaar, stapels brochures, jaarverslagen, bedrijfskranten, bedrijfsmagazines, advertenties en ik weet niet hoeveel sigaretten later nam ik een half jaar vrij. In 1991. Het was op. Ik kon geen klant meer zien. In dat half jaar ging ik naar Engeland, naar Frankrijk en naar Drenthe en schreef ik de eerste versie van DUMP, in het Engels.
Erg mooi en nog veel leuker, maar na zeven maanden was het geld op en moest ik weer aan het werk. Het jaar daarna nam ik weer een paar maanden vrij en schreef ik de tweede versie. Aan het eind van dat jaar kwam de derde versie. Daarna de vierde. Die versie ging via een kennis van me naar Bloomsbury, uitgevers in Londen. Hij had daar contacten en zou me wel even naar binnen loodsen. Een jaar later kreeg ik het manuscript terug met een kort briefje waarin Bloomsbury mij liet weten dat zij geen thrillers uitgeven. Dat was het begin van een zwerftocht langs uitgevers en agenten in Londen en Amsterdam. Twee jaar later kwam ik bij Prometheus/Bert Bakker terecht. Die wilde het uitgeven, maar alleen als ik bereid was ingrijpende wijzigingen door te voeren. Ze hadden een hele lijst opmerkingen en er moesten zestig pagina's uit.
Zestig pagina's van de driehonderd eenenveertig. Met veel slikken ging ik akkoord. De eerste vijfentwintig had ik er zo uit. Hele hoofdstukken gingen de digitale prullenbak in. Pas daarna werd het moeilijk. Met eindeloos schaven en snijden, laten vervallen van personages en het omgooien van de volgorde wist ik het verhaal tenslotte met vierenvijftig pagina's in te korten. Dat bleek voldoende. En de uitgever bleek gelijk te hebben: het verhaal was er inderdaad veel beter door geworden.

Mijn eerste boek, DUMP, verscheen in 1995 en sindsdien is er veel gebeurd. In 1996 verscheen mijn tweede boek, CLAIM, mijn derde kwam in 1998, CODE 39, en mijn vierde in 1999, DEAL. Stuk voor stuk werden ze genomineerd voor de Gouden Strop, al wist geen van de titels de prijs daadwerkelijk te winnen. In 2000 veranderde ik van uitgever; ik vertrok naar De Geus in Breda. Bij De Geus vond ik een nieuwe stimulans en dat resulteerde in nog hogere waardering voor mijn boeken. Sinds de overstap wist ik de Gouden Strop drie maal te winnen, met SCHIJN VAN KANS (de samenwerking met Aad Jacobs) in 2002, met DE MACHT VAN MENEER MILLER in 2006 en met CEL in 2008.